11.05.2011 FilmExtra Voces del Subterraneo: Vijf jaar na de steenkolenmijnexplosie
Op 19 februari 2006 vond in de Mexicaanse steenkolenmijn Pasta de Conchos een explosie plaats. Vijfenzestig mijnwerkers kwamen vast te zitten onder de grond, en ruim vijf jaar later zijn er pas twee dode lichamen geborgen. De jarenlange strijd om de lichamen wordt in Voces del Subterráneo in beeld gebracht.
Cristina Auerbach, verdediger van de rechten van de mijnwerkers, vertelt: ‘Ongeveer anderhalf jaar na de ramp werden wij benaderd door de filmmakers. Zij wilden in contact komen met de nabestaanden van de overleden mijnwerkers en een documentaire maken over hun inspanningen om de overheid en de mijnexploitant zover te krijgen de lichamen naar boven te halen. Iedereen was in de veronderstelling dat de documentaire zou eindigen met de berging van de lichamen, maar triest genoeg heeft men het verhaal moeten afkappen.’
De strijd om de lichamen is nog steeds aan de gang. Ook het filmen gaat door. ‘We hebben een ontzettend goede band met de filmmakers’, vertelt Auerbach. ‘Het is ongelooflijk hoe respectvol zij zich altijd gedragen. In tegenstelling tot de pers; die kunnen zo agressief zijn, dat de familieleden hen niet meer in de buurt willen hebben.’
Voor Tania Muñoz, dochter van de overleden mijnwerker Jorge Bladimir Muñoz, was het soms moeilijk te begrijpen waarom haar moeder zo vocht om het lichaam van haar echtgenoot terug te krijgen. ‘Mijn moeder heeft hierin een voortrekkersrol gehad. In het begin vroeg ik haar te stoppen, omdat ik dacht dat er toch niks zou veranderen. Ik had het gevoel dat ik mijn vader al was kwijtgeraakt aan de mijn en dat ik vervolgens ook nog mijn moeder zou kwijtraken aan het gevecht. Tegelijkertijd heb ik in de loop der jaren enorm veel respect voor mijn vader gekregen, doordat ik veel meer te weten ben gekomen over de omstandigheden waarin de mijnwerkers verkeren. Het zijn allemaal helden.’
Auerbach vindt het van grote waarde dat de ontkennende en negerende houding van zowel de overheid als de mijnexploitant goed in beeld worden gebracht: ‘Dit overtuigt de nabestaanden ervan dat het niet de wil van God is dat hun echtgenoten en vaders onder de grond vastzitten, maar de wil van de overheid en de bedrijven’.
‘Tegelijkertijd kunnen Nederlandse bezoekers zien’, zo legt Muñoz uit, ‘dat er arbeidsomstandigheden bestaan die in geen geval zouden moeten bestaan. En dat er toch nog altijd mensen zijn die elke dag in deze omstandigheden moeten leven.’
-Mireille Lohmann-













