12.05.2011 Interview Rodrigo Bellot, casting director También la Lluvia en Contracorriente
Hij noemt zichzelf een hybride monster en heeft genoeg figuranten gezien in korte tijd om zich nu weer op het regisseren te storten. Rodrigo Bellott kwam langs op het LAFF voor een ontmoeting met goede vriend Matías Bize. Aanleiding voor een geanimeerd gesprek.
Bellott woont in Amsterdam. Hoe hij daar terecht is gekomen? Per toeval. ‘Ik heb een Chileense vader, een Duitse moeder, ben geboren in Bolivia, groeide op in Brazilië, en woonde in New York. Hier ben ik latino, daar ben ik gringo. Ik kom nergens vandaan. Voor het schrijven van een script was ik tot februari verbonden aan het BINGER-filmlab, daarna ben ik in Amsterdam gebleven.’
Van huis uit regisseur, scenarioschrijver en mede-oprichter van La Fábrica, de eerste filmacademie van Bolivia, kwam hij ‘per ongeluk’ te werken als casting director. Opeens belde Steven Soderbergh voor het epische tweeluik over Che Guevara. ‘Benicio del Toro zag mijn film Sexual Dependency in Berlijn en suggereerde dat ik zou helpen bij het vinden van figuranten. Al snel werd ik gepromoveerd tot casting director. Later won Contracorriente op het Sundance filmfestival en zo is het gaan lopen.’
Voor También la Lluvia stond hij voor een onmogelijke taak. ‘Ik moest een lange en krachtige Boliviaan vinden met indiaanse trekken, die Spaans, Engels en Quechua sprak en ook nog beter moest kunnen acteren dan Javier Bardem. Onvindbaar natuurlijk. Uiteindelijk vond ik Carlos Aduviri, filmstudent in La Paz, die vooral mijn aandacht trok omdat hij de gasoorlog had meegemaakt. Omdat hij niet zo lang is moest het script voor hem herschreven worden. Maar hij werd net als Bardem genomineerd voor een Goya!’
Voor Bellott was het onmogelijk zich te distantiëren van También la Lluvia, omdat het een zwaar onderwerp is en hij zelf Boliviaan. ‘Eigen ervaring vermengt zich met het werk. Ik maak altijd een weloverwogen keuze voor een film, want uiteindelijk beleef ik het als ware het een huwelijk. Daarom moet het ook een film zijn die bijdraagt aan bewustwording. De casting director is na de regisseur het meest diepgaand betrokken bij de film. Na oefeningen met het emotionele spel van Milena Soliz [dochter van Daniel in de film, red.] moesten we alle drie huilen.
‘De film is als een gezamenlijk kind. Een film over Bolivianen, door Bolivianen. De meerderheid had de wateroorlog meegemaakt en was erg betrokken bij het goed vertellen van hun verhaal. Ze hebben veel bijgedragen aan de verspreiding van de film, die erg goed ontvangen is in Bolivia. Het is de grootste volledig daar geproduceerde film ooit. Veel leerlingen van La Fábrica hebben eraan bijgedragen. Het is een grote stap voorwaarts voor de locale filmindustrie.’
Als ‘zacht ei’ met ‘doorgebrande stoppen’ kwam Bellott uit het proces. Hij heeft net de casting afgerond voor zijn nieuwe film die volgend jaar wordt opgenomen. ‘In het vervolg laat ik het een ander doen. Er speelt een belangenconflict als je regisseert en de casting doet. Enerzijds zet je onpartijdig de voor- en nadelen van acteurs op een rijtje. Anderzijds wil je gewoon je favoriet casten.’
- Floor van Alphen –













